Royal Park Investments (RPI) is een naamloze vennootschap die werd opgericht op 20 november 2008.

 

De oorsprong van RPI: acquisitie van een activaportefeuille

Op 12 mei 2009 hebben Fortis Holding, de Belgische Staat handelend via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM), Fortis Bank en BNP Paribas de transacties die door Fortis Holding op 7 maart 2009 waren aangekondigd afgerond. Deze afronding was het resultaat van een stemming ten gunste van de transacties in de Algemene Aandeelhoudersvergadering van
Fortis SA/NV en Fortis N.V. op 28 en 29 april 2009.

De overeenkomst van maart 2009 had met name als doel de financiering van een voor een bijzonder doel opgerichte entiteit,
Royal Park Investments SA/NV, om de acquisitie van een deel van de gestructureerde kredietportefeuille van Fortis Bank mogelijk te maken. Deze portefeuille werd voor een bedrag van € 11,7 miljard aangekocht.

 

RPI en haar evolutie: overdracht van de activaportefeuille

Op de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 26 april 2013 en met toestemming van haar aandeelhouders (Ageas, FPIM en BNP Paribas), heeft RPI besloten tot overdracht van haar activaportefeuille door middel van een blokverkoop voor een totaalbedrag van € 6,7 miljard aan een institutionele belegger, Lone Star Funds.

RPI vandaag:

Na de overdracht van haar activa aan Lone Star Funds in 2013, is de resterende activiteit van RPI beperkt tot de opvolging van de wettelijke geschillen in de Verenigde Staten van Amerika over een bepaald aantal Amerikaanse activa.

RPI, als rechtsopvolgster van meerdere entiteiten van Fortis Bank, en eigenaar van de portefeuille, is eiser in een aantal gerechtelijke procedures die aanhangig zijn gemaakt tegen zakenbanken; JP Morgan, Deutsche Bank, Goldman Sachs, Crédit Suisse, Royal Bank of Scotland, Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bank of America, Barclays, Citi Group en UBS. Daarnaast werden op
28 september 2012 en 26 oktober 2012 dagvaardingen betekend aan Bank of America/Countrywide, op basis van beschuldiging van fraude. De dagvaardingen hebben betrekking op het frauduleuze gebruik van valse of misleidende verklaringen en het weglaten van informatie door gedaagden uit emissiedocumentatie waarmee getracht werd om honderden Amerikaanse door residentiële hypotheken gedekte aandelen (RMBS) te verkopen. RPI stelt dat gedaagden in deze berichten wezenlijk onjuiste informatie hebben verstrekt betreffende de volgende elementen: (1) de gebruikte onderschrijvingsnormen van de hypothecaire leningen die aan de RMBS ten grondslag liggen; (2) de LTV (loan to value) ratio’s van deze leningen; (
3) de OOR of owner occupation rate van het met hypotheek bezwaarde vastgoed; (4) de juiste overdracht op het juiste moment van de rechten uit hoofde van deze leningen; en (5) de kredietrating toegekend aan de RMBS.

De duur van deze procedures en de uitkomst ervan blijven onzeker.